Nuttige informatie

Nuttige informatie

Belangrijke telefoonnummers Neonatologie

Hieronder staan de telefoonnummers van de afdeling:

  • OLVG Oost: neonatologie afdeling: 020 – 599 3009
  • OLVG West: neonatologie afdeling: 020 – 510 8431
Meerlingen

Eén op de 100 zwangerschappen is een meerlingzwangerschap. Meestal is het een tweeling, soms een drieling. Het aantal meerlingen is de afgelopen jaren flink toegenomen. Voor een deel komt dit doordat vrouwen steeds later moeder worden. Op hogere leeftijd wordt de kans op een dubbele eisprong groter. Een andere verklaring zijn de behandelingen om zwanger te worden. Ook daarbij neemt de kans op een meerling toe.
De kans op vroeggeboorte is groter dan bij een eenlingzwangerschap: tussen 55 en 60% van de meerlingen wordt te vroeg geboren. Bij eenlingen is dit 5,5-6%. Ook een laag geboortegewicht komt vaker voor: ruim de helft van de meerlingen heeft een geboortegewicht van minder dan 2500 gram. Bij eenlingen is dit 4-5%. 

Transfuseur-transfusée syndroom

Een bijzondere situatie, die in de zwangerschap kan optreden bij meerlingen is het transfuseur-transfusée syndroom. In het Engels wordt dit twin-to-twin syndrome genoemd. Dit treedt op bij tweelingen die samen één placenta delen en waarbij er in de placenta verbindingen zijn tussen de bloedvaten van beide kinderen. Daardoor kan er via die vaatverbindingen bloed van het ene naar het andere kind gaan. Als dat bloed weer teruggepompt wordt, ontstaat er een evenwicht en is er geen gevaar. Maar wanneer het ontvangende kind (transfusée) het bloed niet terugpompt of slechts een klein deel, zal het andere kind (de transfuseur of donor) te weinig bloed krijgen. Deze situatie is voor beide kinderen gevaarlijk. Het is mogelijk om dit syndroom tijdens de zwangerschap te behandelen, dit gebeurt in het Leids Universitair Centrum, LUMC.

Verschillende zorg

Met de geboorte van een meerling breekt een dubbel spannende periode aan. Vaak hebben de twee of meer kinderen verschillende behandelingen en zorg nodig. Hoewel ziekenhuizen het proberen te voorkomen, kan het zelfs zijn dat ze gescheiden moeten worden en naar verschillende ziekenhuizen gaan voor de best mogelijke zorg. Soms kan een van beiden eerder naar huis dan de ander. In al deze gevallen kun je als ouder overvallen worden door allerlei emoties en ook veel ingewikkelde keuzemomenten krijgen. Bij wie moet je op welk moment het meest zijn? Ben je zelf al sterk genoeg om heen en weer te gaan tussen verschillende ziekenhuizen om zoveel mogelijk bij je kinderen te zijn?

Extra vermoeiend

Meerlingouders geven geregeld aan dat het hen ook zwaarder valt om zich aan de een of de ander te hechten. Je aandacht gaat bijvoorbeeld vooral naar de zwakste van de twee. Of het kind dat al thuis is vraagt al je (ook nachtelijke) zorg en aandacht waardoor je oververmoeid raakt. De komst van een te vroeg geboren twee- of meerling betekent in ieder geval een extra vermoeiende periode. Ook als de kinderen thuis zijn, vraagt dit extra veel energie en levert het mogelijk meer slaapgebrek op.  Overleg goed met de artsen en verpleegkundigen wat je straks wel en niet thuis aankunt, qua verzorging en voedingen; daar kan rekening mee worden gehouden. Zeker als je in de zwangerschap ziek bent geweest of alleenstaande ouder bent met een kleiner netwerk aan hulptroepen, is het belangrijk om aan te geven dat er rekening gehouden moet worden met je persoonlijke omstandigheden.

Dragen van je baby

Baby’s hebben veel behoefte aan lichaamscontact. Het dragen van je baby in een draagdoek of ergonomische draagzak is een praktisch en gezellig hulpmiddel om de hechting tussen jou en je baby te helpen. Dragen zorgt voor meer interactie tussen jou en je baby en helpt daarmee de hechting; door de nabijheid leer je de signalen van je baby beter kennen en begrijpen.

  • Draagdoeken en dragers:
  • Er zijn veel verschillende soorten draagdoeken en dragers op de markt. Je hebt rekbare doeken en geweven doeken, zachte, voorgevormde ergonomische dragers en slings. Dit zijn kortere doeken die je over één schouder draagt. Laat je bij de aanschaf van een draagdoek of draagzak goed adviseren, eventueel door de kinderfysiotherapeut. De kinderfysiotherapeut kan je adviseren over de diverse dragers en kan het knopen en het aantrekken van de draagdoek met je oefenen.
  • Een veilige hechting stimuleren: Onderzoek toont aan dat het dragen van je baby een veilige hechting stimuleert. Baby’s die minimaal vier uur per dag fysiek contact hebben met hun ouders, zijn veel rustiger en huilen minder. Dit komt doordat het lichaamscontact de aanmaak van oxytocine stimuleert. Dit wordt ook wel het knuffelhormoon of gelukshormoon genoemd. Uit onderzoek blijkt het lichaamscontact ook goed te zijn voor de hersenontwikkeling van je kind. Lichaamscontact helpt de aanleg van nieuwe verbindingen tussen de hersencellen, en remt stress zodat de babyhersenen zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dit heeft ook een positief effect op de motorische ontwikkeling van je baby. Door de geborgenheid die baby’s ervaren tijdens het dragen worden de hartslag, de ademhaling en de temperatuur van een baby stabieler. Ook is door het dragen van je baby de afgifte van het groeihormoon hoger, wat de groei van je baby stimuleert. Veel lichaamscontact hebben met je baby is ook goed voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van je baby. Wanneer je kind gedragen wordt, hoeft hij zich minimaal in te spannen om duidelijk te maken dat hij honger heeft. Zodra de baby smakgeluiden maakt of op zijn knuisten aan het zuigen is, weet je dat je baby wilt drinken. Zo voorkom je dat je baby moet huilen. Ook als het niet altijd lukt om te ontdekken wat de behoefte van je baby is, voelt je baby dat je er voor hem bent. Je baby voelt zich veilig. Daarnaast laten onderzoeken ook zien dat het dragen van je kind de duur van de borstvoedingsperiode en de frequentie van het voeden verhogen. Dit doordat je sneller reageert op de hongersignalen van je baby.
  • Houding tijdens het dragen: Bij het dragen van je baby is het belangrijk dat de baby zoveel mogelijk ondersteund wordt in zijn natuurlijke houding. Sommige babydragers geven te weinig steun in de rug en nek of laten de benen “bungelen” wat het risico op heupdysplasie (afwijking van het heupgewricht) kan geven. Van een natuurlijk houding spreken we als je baby rechtop, met de benen gespreid, en de knieën hoger dan de billen in de draagdoek of drager zit. Dit wordt ook wel de kikkerhouding genoemd.
Vaccinaties

Zowel op tijd geboren als te vroeg geboren baby’s krijgen vaccinaties. Dit zijn de vaccinaties die door het Rijksvaccinatieprogramma aan alle kinderen van Nederland aangeboden worden. Dit zijn de belangrijke ziektes die door vaccineren voorkomen kunnen worden. Het vaccinatieschema van te vroeg geboren kinderen is anders dan van op tijd geboren kinderen. 

Te vroeg geboren kinderen (<37 weken) zullen rond de leeftijd van 8 weken de eerste vaccinatie krijgen, welke bestaat uit DKTP-Hib-HepB. Vier weken na de eerste vaccinatie, dus meestal op de leeftijd van 3 maanden zal de tweede vaccinatie gegeven worden. Deze is hetzelfde als de eerste met een extra vaccinatie tegen pneumokokken. Dan worden er dus 2 prikken gegeven. 

De 3e vaccinatie zal 8 weken na de 2e vaccinatie gegeven worden, meestal is dat op de leeftijd van 5 maanden. Op tijd geboren kinderen krijgen hun eerste vaccinatie op de leeftijd van 3 maanden. Als je baby onder de 30-32 weken is geboren dan zal de vaccinatie in het ziekenhuis gegeven worden onder monitorbewaking. Te vroeg geboren baby’s kunnen namelijk door de vaccinatie hartslagdalingen of zuurstofdalingen laten zien en dat is de reden dat sommige te vroeg geboren baby’s hun vaccinatie aan de monitor krijgen. Wanneer zij geen ademhalingsondersteuning hebben en geen hartslagdalingen of zuurstofdalingen lieten zien, kunnen de volgende vaccinaties op het consultatiebureau gegeven worden. Als je baby later dan 32 weken is geboren dan kunnen de vaccinaties op het consultatiebureau gegeven worden.

Verlof aanvragen

Verlof aanvragen

Bij opname van je baby op de afdeling neonatologie komen, naast alle emoties die dit met zich meebrengt, ook praktische vragen naar boven. Hoe regel ik het met mijn werk? Gelden voor mijn partner en mij dezelfde verlofregelingen? Heb ik straks nog wel zwangerschapsverlof? In de meeste situaties kan je gesprekken hebben met een medisch maatschappelijk werker. Hierin zullen praktische zaken, zoals verlof aan de orde komen. Wanneer je baby langer opgenomen is en jij en/of je partner een baan heeft, dan kan het voorkomen dat je vragen hebt over verlofmogelijkheden. 

Misschien vraag je je af wat de beste manier is om je situatie bespreekbaar te maken met je werkgever. Of vraag je jezelf af of je recht hebt op verlof wanneer je baby is opgenomen in het ziekenhuis. Het is belangrijk dat je werkgever op de hoogte is van je situatie. Vertel in een persoonlijk of telefonisch gesprek met je werkgever dat je kind wordt behandeld in het ziekenhuis en welke gevolgen dit voor je werk zou kunnen hebben. Wanneer je de situatie hebt uitgelegd aan de werkgever, kun je de volgende verlofmogelijkheden met de werkgever bespreken: 

  • Calamiteitenverlof. 
  • Kort verzuim verlof. 
  • Kortdurend zorgverlof. 
  • Langdurig zorgverlof. 
  • Ouderschapsverlof. 

Op de website van de Rijksoverheid vind je gedetailleerde informatie over de verschillende regelingen en of je hier recht op zou kunnen hebben. 

Het is ook mogelijk dat je je, ten gevolge van de situatie van je kind, niet in staat voelt om te werken. Hierbij kun je denken aan lichamelijke of psychische klachten. Wanneer hiervan sprake is, kun je je ziek melden. Het is aan te raden om langs je huisarts te gaan. Je werkgever kan van je vragen om contact op te nemen met de bedrijfsarts of je ontvangt automatisch een uitnodiging voor een gesprek met de bedrijfsarts. Als je zelf contact wilt met de bedrijfsarts, kun je daarom vragen. De bedrijfsarts zal aan de werkgever een terugkoppeling geven van het gesprek. De werkgever kan vragen naar een medische verklaring van je kind. Deze medische verklaring kun je zelf aanvragen bij de arts. Als je na het doorlopen van deze stappen nog vragen hebt of bemiddeling nodig hebt tussen jou en de werkgever en/of bedrijfsarts kunt je dit met een medisch maatschappelijk werker bespreken. 

Tijdens je zwangerschaps- en bevallingsverlof krijgt je een zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Hoe lang je met verlof kunt en hoe hoog de uitkering zal zijn, hangt af van wetgeving en je persoonlijke situatie. In de regel heb je recht op 16 weken verlof. Meer informatie kun je vinden op de website van het UWV. Als je in loondienst bent, dan kun je ingevolge de Wet Arbeid en Zorg (WAZO) bevallingsverlof aanvragen, als je baby na de geboorte langer dan een week in het ziekenhuis moet blijven. Op de website van het UWV kun je het formulier downloaden om deze uitkering aan te vragen. Je hebt hiervoor een verklaring nodig van het ziekenhuis. Een medisch maatschappelijk werker kan je hierbij ook ondersteunen. Hier vindt je ook de overige eisen waar aan voldaan moet worden om aanspraak te maken op deze uitkering. 

Werk je als zelfstandige, dan kun je misschien in aanmerking komen voor de Regeling Zelfstandige. Op de site van het UWV kun je een ZEZ-uitkering aanvragen. Meer informatie vind je onder deze link.

Verzekeringen

Naast de geboorteaangifte bij de gemeente, moet je de geboorte van je baby doorgeven aan je zorgverzekering en als je deze hebt aan de overlijdensverzekering. Je kunt bij je zorgverzekering controleren of je aanvullend verzekerd bent en recht hebt op couveuse-nazorg.

Aangifte

Je doet de geboorteaangifte bij de burgerlijke stand van de gemeente waarin je baby geboren is. Je moet uiterlijk op de derde werkdag ná de dag van de geboorteaangifte doen. De dag van de geboorte telt dus niet mee. Valt er een feestdag in deze drie dagen? Of meerdere feestdagen? Dan tellen deze dagen niet mee. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt een geboorteakte. Je kunt een afschrift van de geboorteakte aanvragen. 

Je kunt je eerste baby de achternaam van de vader of moeder geven. Als je meer kinderen krijgt binnen de relatie, zullen die dezelfde achternaam krijgen als je eerste kind. 

Wie moet aangifte doen? De vader of duo-moeder moet aangifte doen. Kan de vader of duo-moeder niet? Dan moet de aangifte gedaan worden door iemand die bij de geboorte aanwezig was. Was er verder niemand aanwezig? Dan kan de aangifte ook gedaan worden door: 

  • Een bewoner van het huis waarin je baby is geboren. 
  • Het hoofd van de instelling (bijvoorbeeld ziekenhuis) waar je baby is geboren. 

Wat heb je nodig? 

  • Geboortenamen van je kind. 
  • Datum en tijd van de geboorte. 
  • Jouw geldig identiteitsbewijs. 
  • Geldig identiteitsbewijs van de moeder uit wie het kind geboren is. 
  • De verklaring van geboorte van het ziekenhuis of de verloskundige. 
  • Indien van toepassing: Een kopie van de akte van erkenning ongeboren kind. Deze kopie heb je bij de erkenning ontvangen. 
  • Je trouw- of partnerschapsboekje, als je wilt dat de gemeente de naam van je kind hierin vermeldt. 
  • Een verklaring van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting (indien van toepassing). 
  • Een bewijs van inschrijving met vermelding van je burgerlijke staat, wanneer je in het buitenland woont. 
Erkenning en ouderlijk gezag

De erkenning van een kind betekent het volgende: 

  • Tussen jou en je baby ontstaat een juridische band (familierechtelijke betrekking). 
  • Je moet jouw baby onderhouden (onderhoudsplicht) totdat hij 21 jaar wordt. 
  • Jij en je baby worden elkaars wettelijke erfgenamen. 
  • Je kiest (met de moeder) op het moment van erkenning de achternaam van jullie baby. 
  • Je baby krijgt mogelijk jouw nationaliteit. Dit is afhankelijk van het recht van het land waarvan je de nationaliteit hebt. 

Het ouderlijk gezag over een kind betekent het volgende: 

  • Het kind opvoeden en verzorgen. 
  • Betalen voor opvoeding en verzorging. 
  • Officiële handelingen namens kind. 
  • Aansprakelijk voor schade. 
  • Vermogen kind beheren. 

Voor meer informatie over hoe je erkenning regelt, kun je op de volgende website kijken. Meer informatie over ouderlijk gezag vind je onder deze link.

Kinderopvang

Een veelgestelde vraag is wanneer te vroeg, te licht, of ziek geboren kinderen naar de kinderopvang kunnen gaan. Hierop is geen algemeen, simpel antwoord te geven. Natuurlijk hangt het sterk af van de medische voorgeschiedenis. Heeft je kind ernstige (long)problemen gehad? Heeft hij nu nog speciale zorg of behandeling nodig? 

Je kunt dit bespreken met de kinderarts; er zijn ook afwegingen die je zelf kunt maken. 

  • Infectierisico: contact met andere kinderen op een kinderopvang betekent ook contact met besmettelijke ziekten. Als je kind naar een kinderopvang gaat, zal hij waarschijnlijk vaker ziek worden. Dit kan variëren van een lichte verkoudheid tot ernstigere problemen, zoals kortademigheid of voedingsproblemen, waarbij zelfs ziekenhuisopname nodig kan zijn. Van tevoren is niet te voorspellen hoe ernstig infecties bij je kind zullen verlopen. Jonge kinderen kunnen wel 10-12 keer per jaar ziek zijn. Soms gaat de ene infectieperiode direct over in de volgende. En als ouder doe je ook vaak mee.
  • Seizoen: gaat je kind in de zomer of juist in de winter voor het eerst naar de opvang? De winter is het seizoen voor de verkoudheids- en griepvirussen en dan is de kans groter dat je kind ziek wordt.
  • Veel prikkels: op de opvang zal het meestal drukker zijn dan thuis. Dat betekent veel meer prikkels. Te vroeg, te licht en ziek geboren kinderen hebben vaak meer moeite om alle prikkels en nieuwe indrukken te verwerken. Dit kan leiden tot onrust, slecht slapen en huilen als ze weer thuis zijn. Hoe reageert je kind op een drukke omgeving?
  • Leeftijdsopbouwgroepen: zijn de groepen op jouw kinderopvang horizontaal of verticaal ingedeeld? Horizontaal betekent dat kinderen van dezelfde leeftijd bij elkaar zitten, bijvoorbeeld een baby- of peutergroep. Een verticale groep lijkt meer op een gezinssituatie, met kinderen van verschillende leeftijden in één groep. Als je baby snel onrustig wordt van te veel drukte om hem heen is een groep met kinderen van dezelfde leeftijd geschikter.

Heb je alternatieve mogelijkheden? Denk bijvoorbeeld aan opa’s en oma’s, een gastouder, au pair of andere mensen in je omgeving.

Wereld Prematuren Dag

Ieder jaar, op 17 november, vragen wij aandacht voor de grote impact die vroeggeboorte heeft op ouders en families met de Wereld Prematuren Dag. De patiëntenvereniging Care4Neo en het netwerk Kleine Kanjers coördineren dit in Nederland. Zoek je informatie of steun? Vindt dan meer informatie op de website van de vereniging.

Lotgenotencontact

Waarschijnlijk doet jouw omgeving hard zijn/haar best om zich in te leven in jouw situatie, en jou te ondersteunen. Maar het kan soms heel fijn zijn om met anderen te praten, die hetzelfde hebben meegemaakt als jij. Zo zou je erkenning en herkenning kunnen vinden bij ouders wiens kind ook na de geboorte opgenomen is geweest in het ziekenhuis.

Er zijn verschillende manieren om met andere ouders in contact te komen. De officiële patiëntenvereniging voor ouders van (ex-)couveusekinderen is Care4Neo. Niet alleen is Care4Neo er voor jou als ouder, ook komen ze voor de belangen van ouders op in bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek. Meer informatie over hoe je in contact komt met andere ouders kun je vinden op de website van Care4Neo.

Daarnaast kun je contact zoeken met andere ouders via social media. Via Kleine Kanjers vind je meer informatie over bijvoorbeeld Facebook-groepen voor ouders van couveusekinderen.

Als je hulp nodig hebt bij het verwerken van je emoties, twijfel dan niet om dit te bespreken met de arts of verpleegkundige.

Nuttige links

De meeste ouders zijn geschrokken van de plotselinge afloop van de zwangerschap of plotseling opname van hun kind op afdeling neonatologie. Vaak waren er spannende omstandigheden zoals ziekte van de moeder of achterblijvende groei van het kind in de baarmoeder. Soms is de vroeggeboorte of opname ook totaal onverwacht.

Het betekent dat al je plannen voor een rustige komst van je kind abrupt worden doorkruist. Afhankelijk van je eigen gezondheid en die van je kind begint er een spannende tijd voor jou en je naasten. En als je oudere kinderen hebt, ook voor hen. Er staat je een (mogelijk lange) ziekenhuiservaring te wachten voordat je kind mee naar huis kan.

Wat kan helpen om het vol te houden, is om geregeld gesprekken met de arts en verpleegkundigen te hebben, net als telefoontjes met de afdeling in de uren dat je thuis bent (ook midden in de nacht). Ook is er psychologische hulp of begeleiding van medisch maatschappelijk werk vanuit het ziekenhuis beschikbaar. Maak hier gebruik van, ze zijn er voor jou. 

Wat ook kan helpen is praten met ouders van andere te vroeg, te licht en ziek geboren kinderen. Care4Neo (voorheen Vereniging voor Ouders van Couveusekinderen en ex-couveusekinderen) is de patiëntenvereniging voor ouders, waarvan de baby opgenomen is geweest op een neonatologieafdeling.

Sommige ouders vinden het fijn als vrienden en familie in deze periode dicht om ze heen staan. Andere ouders willen liever een kleine ‘cocon’ vormen met hun kind en zo weinig mogelijk bezoek. Familie en vrienden kunnen dan wel helpen met praktische zaken, zoals boodschappen doen en opruimen. Als je het zwaar vindt om iedereen op de hoogte te blijven houden in deze periode, kan het helpen om een familielid of vriend te vragen geregeld – in overleg met jou – berichten rond te sturen en de reacties op te vangen. 

Hieronder nog een overzicht van links die nuttig kunnen zijn:

  • Stichting Earlybirds: Is je baby te vroeg geboren? Stichting Earlybirds Fotografie komt naar het ziekenhuis om ouders een kosteloze reportage aan te bieden. 
  • Stichting Prematurendag: Voor informatie, lotgenotencontact en belangenbehartiging. Zij bieden ook een NEO-ABC aan met praktische informatie voor ouders. 
  • Kleine Kanjers: Een site met onder andere een webshop waar mijlpaalkaarten en boeken met betrekking tot prematuur geboren kinderen te koop zijn. 
  • Hellp Stichting: de patiëntenorganisatie voor vrouwen met zwangerschapsvergiftiging (pre-eclampsie) en het HELPP-syndroom. 
  • Nederlandse Vereniging voor Ouders van Meerlingen: de belangenvereniging voor (aanstaande) ouders van meerlingen. 

Borstvoedingslinks: 

Literatuur: 

  • “Ik heb een zusje, maar ik mag alleen maar naar haar kijken”: Een kinderboek over couveusekinderen voor broertjes en zusjes. ISBN: 9789072259028. 
  • “Reisgids naar huis”: Handboek voor ouders van een prematuur geboren baby. ISBN: 9789490608958. 
  • “Te vroeg geboren”: Naast medische informatie over zwangerschap, geboorte, couveuseperiode en eventuele gevolgen voor het kind later, wordt verteld naar aanleiding van de beleving van ouders. ISBN: 9789401417044. 
  • “Vanuit de couveuse de wereld in”: Antwoorden op de vragen van ouders van een couveusekind. ISBN: 9789021005331.
Disclaimer

Welkom op de RISEinFAMILY website! Wij hopen dat deze website je de informatie biedt, waarnaar je op zoek bent.

  • Gebruik van de website:
    Voor de leesbaarheid wordt in de Neozorg app ‘hij’ gebruikt als het over het kind gaat. Het kan uiteraard dat jouw baby een ander geslacht heeft. Daarnaast wordt de moeder in de teksten af en toe meer aangesproken dan de vader. Weet dan dat de informatie voor alle type verzorgers en ouders bedoeld is. Wanneer er over ouder(s) of moeder en vader geschreven wordt, bedoelen we hiermee net zo goed twee vaders, twee moeders, alleenstaande ouders, pleegouders of andere verzorgers.
  • De inhoud: De medische inhoud is met zorg samengesteld door artsen, verpleegkundigen, paramedici en ouders. De informatie is deels afkomstig van de groeigids. Hoewel de informatie zo actueel en compleet mogelijk wordt gehouden, kunnen er geen rechten worden verleend aan de inhoud. Het ziekenhuis neemt geen verantwoordelijkheid voor het foutief gebruik van de geboden informatie, een verkeerde interpretatie van de teksten of de juistheid ervan. In de app is een aantal verwijzingen (links) opgenomen naar documenten en websites van derden. Deze links vallen buiten de controle van het ziekenhuis, ziekenhuizen kunnen dan ook niet aansprakelijk worden gehouden voor de websites van derden.
  • Aandachtspunten patiënten en familie: Niets uit deze website mag gekopieerd dan wel overgenomen worden, anders dan voor persoonlijk gebruik, zonder schriftelijke toestemming van het ziekenhuis waar jullie verblijven. De informatie in de website is met zorg samengesteld. Mochten er fouten of onvolledigheden ingeslopen zijn, dan kun je hier geen rechten aan ontlenen en horen wij dit graag van je. Op onze afdeling gelden regels met betrekking tot het maken en delen van foto’s/video’s. Het is toegestaan om foto’s en video’s te maken voor eigen gebruik en persoonlijke social media. Het is nadrukkelijk niet toegestaan om foto’s en video’s te maken zonder toestemming van de personen, die erop staan. Wij wensen je veel plezier met deze app.